Technische gegevens

 

 

Hulpstukken en afwerking

De eindstukken, hoekstukken en tapbuizen zijn machinaal op voorhand gefabriceerd uit hetzelfde materiaal als de goten en verkrijgbaar in dezelfde kleur als de goten.

 

De eind- en hoekstukken worden op de gooteinden geschoven, mechanisch verankerd en afgedicht met een dichtingsmassa volgens de voorschriften van de fabrikant.

 

 

Met een klokzaag wordt in de bodem van de goot een gat gezaagd met een diameter gelijk aan die van het tapbuisje. De rand van het tapbuisje wordt voorzien van een dichtingsmassa en in de opening geklemd.

 

 

Materiaal en eigenschappen van onze aluminium dakgoten

=

Materiaal

ENAW-3105 H44

=

Kwaliteit

Half Hard R Re A H 
8-12 8-12 5-21 30-40

=

Behandeling

De aluminium banden worden ontvet (Parc 338) en gecromateerd (Bondérite 1300) volgens een continu fabricage proces. Beide zijden hebben een polyester laktlaag van 20µ +/- 2µ.

=

Dikte

Standaard 0,7mm

=

Eigenschappen

 Soortelijk gewicht 2,7 Kg/dm³ 
Smeltpunt 635-654 °C 
Uitzettingscoëfficient 2,2 x 10-5 m/m/°C 
Treksterkte min 190N/mm² 
Elasticiteit min. 180N/mm

=

Vorm

De voorzijde is geprofileerd om de nodige stabiliteit te verzekeren. De kraal is naar binnen gebogen, om een  binnenbeugel te kunnen monteren. De rugzijde van de goot is minimaal 15mm hoger dan de voorzijde en is al dan niet voorzien van een naar binnen geplooide omslag. Een aansluiting met een sneeuwband is in beide gevallen mogelijk. 

=

Afvoercapaciteit & afstand tussen de afvoerbuizen

Q is de max. afvoercapaiteit van de goot voor een helling van 2%, bepaald met behulp van de formule van Chézy : (zie NBN308 blz. 11) waarin
k = evenredigheidscoëfficient 50 volgens NBN 306 
s = de huidige sectie van de goot in cm² 5″=94,5 6″=127,5 8″=157,5 
d = de bevochtigde perimeter van de goot in cm 5″=26,5 6″=32,5 8″=33.

=

Afvoercapaciteit van de goten: Q=k x s x √(s/d x 0,2) x 60/1000 (in liter/minuut)

Volgens bovenstaande formule is Q voor een 
5″ 239 l/min – 6″ 339 l/min – 8″ 462 l/min 

=

Afstand der kolommen

Onderlinge afstand L tussen de afvoerkolommen wordt bekomen door de formule waarin Q: het af te voeren hemelwaterdebiet per lopende meter gootkanaal L (in meter) = Q/q (debiet in liter/minuut).

=

Voorbeeld

Voor een dakvlak met een horizontale oppervlakte van 300 m² en een gevellengte van 25m bedraagt
q (300 x 3) / 25 = 36l/min m of q = 36, zodat de onderlinge afstand tussen de kolommen maximaal:

Voor een:
5″ 239/36 = 6,6 meter 
6″ 338/36 = 9,4 meter 
8″ 482/36 = 12,8 meter 

VRIJBLIJVENDE OFFERTE

DEVIS GRATUIT